Ericsson type 1951

Ericsson 1951 voorEricsson type 1951

Ericsson was de eerste fabrikant die met een nieuw ontworpen toestel kwam, dat aan de Norm 51 voldeed. Dit type is het meest geproduceerde van de 3 nieuwe ontworpen Norm 51 telefoons. (De anderen waren de Standard type 1954 en de Heemaf type 1955).

Je komt dit toestel, zowel in de wanduitvoering als in de tafeluitvoering nog vaak tegen op rommelmarkten, marktplaats etc.

Dit toestel is in grote hoeveelheden als afgekomen materieel in de USA en andere landen verkocht als 2e hands telefoon. Je kunt ze tegenwoordig dus over heel de wereld aantreffen.

Ericsson type 1951
Ericsson type 1951

Naamgeving

Ericsson tafeltoestel type 1951 is de officiële PTT-aanduiding. Zelf noemde de PTT het toestel ook wel CE 51, volgens een classificatiesysteem wat in de jaren 50 een tijdje in gebruik is geweest.

In het buitenland wordt dit toestel vaak Ruen genoemd. Deze onjuiste naamgeving is ontstaan doordat er op de onderzijde onder het logo van Ericsson de plaatsnaam van de vestiging was geschreven: Rijen. Dit wordt door veel buitenlandse verzamelaars verkeerd gelezen, vooral ook omdat ze onbekend zijn met het Nederlandse fenomeen van de lange IJ.

Ontwikkeling

Ericsson 31 48De familiegelijkenis met de allereerste geheel bakelieten telefoon van Ericsson, de DBH1001, is onmiskenbaar en het type 1951 is via een aantal tussenstappen ontstaan uit dit Art Deco toestel

In 1947 kwam Ericsson met een nieuwe versie van de DBH1001 uit, de DBH15. Het was wederom een geheel bakelieten toestel. Aan de buitenkant was het grotendeels hetzelfde model als de DBH1001, maar dan met zachtere lijnen en een geheel bakelieten draaischijf.

De DBH1001 had alle elektrische componenten aan de binnenkant, gemonteerd op een binnenframe, de DBH15 had alle componenten in min of meer dezelfde configuratie op de bodemplaat bevestigd.

ericsson binnenwerk voor Norm 51Ericsson Holland gebruikte de DBH15 als basis voor het type 1951. Het grootste verschil met de DBH15 is het binnenwerk met de elektrische componenten.

Typische kenmerken

Het type 1951 wordt gekenmerkt door in de eerste plaats het nummervakje. De lengte-breedte verhouding is typisch voor de in Nederland geproduceerde toestellen. De anderen hebben helemaal geen nummervakje of een wat hoger model. Daarnaast lopen de snoeren er bij het type 1951 aan de achterzijde uit, terwijl de DBH15 de snoeren er aan de zijkant uit had lopen. Daarnaast is er nog de hoorn, van het model dat heel erg op de F1 van Western Electric lijkt. Die zie je vaak op de Nederlandse toestellen, maar komt op niet-Nederlandse telefoons ook wel voor, zij het zeer sporadisch. Zie ook de alinea over hoorns.

Varianten

Ongetwijfeld zijn er nog meer varianten, dan die ik tot nu toe heb gezien. Hieronder volgt dus een niet-limitatieve opsomming.

rest 51 9 klaarWand en tafel

Natuurlijk het meest opvallend: er is een wandmodel en een tafelmodel. De elektrische componenten zijn verder precies hetzelfde, net als de kiesschijf, hoorn en het nummervakje.

2 different spacers on the wall version
2 different spacers on the wall version

Wel moet worden opgemerkt dat vroege versies (voor ongeveer 1955) van de wandtelefoon rubberen afstandhouders hadden op de achterplaat en latere versies massief metalen afstandshouders.

Aardtoets

3 different buttons
3 different buttons

Ongeveer de helft van deze telefoons zijn uitgerust met een aardtoets. Dat is in dit geval een wit knopje, aan de bovenkant van de behuizing, boven de kiesschijf. Het knopje zelf is gemaakt van een thermoplastische kunststof en veert heen en terug door de bladveren van het aardcontact. De aardtoets beweegt in veel gevallen door een geleide-busje van metaal of zwarte kunststof, dat in een uitgeboord gat in de behuizing zit. Er zijn ook exemplaren waarbij er in de behuizing zelf al een voorziening is aangebracht, zodat er geen losse busjes meer nodig zijn. Waarschijnlijk zijn de versies met losse busjes ouder, dan diegenen waarbij de voorziening voor de aardtoets met het bakeliet is meegevormd.

Bedrading/aansluitingen

Hoewel het type 1951 is gemaakt volgens de Norm 51, waarin de aansluitpunten voor de hoorn, kiesschijf en lijnsnoer zijn voorgeschreven is er van het type 1951 toch een afwijkende variant, waarbij de aansluitpunten van het lijnsnoer een andere volgorde hebben. De reden hiervan is mij onbekend en deze afwijkende variant is niet heel zeldzaam.

Bellen

De bellen van de Ericsson 1951 zijn in de meeste gevallen half mat zwart geverfd. Er zijn ook varianten met glimmend blanke metalen bellen.

Slot

Er was ook een versie met een slot aan de zijkant. Het slot bediende een schakelaar die de kiesschijf aan- en afkoppelde. Helaas ontbreken bij mijn exemplaar de sleutel en enkele onderdelen van die schakelaar.

Hoorn

De eerste één a twee jaar dat het type 1951 in productie was, was deze voorzien van het oude model Ericsson hoorn. Daarna is deze vervangen door de Ericsson versie van de F1-hoorn. Daarnaast zijn deze oude hoorns achteraf vaak vervangen door het nieuwere model. Het nieuwere model zit iets eenvoudiger in elkaar en heeft doppen bij de microfoon en microtelefoondoos (speaker) die uitwisselbaar zijn met de andere Norm 51 telefoons. Een type 1951 met de originele oude hoorn is daardoor heel erg zeldzaam geworden.

Hoornversterker

Er zijn versies van de Ericssonhoorn met een kleine versterker ingebouwd. Met een draaiknop kon het volume harder of zachter worden gezet.

Kleuren, voornamelijk wit

Naast de overbekende zwarte exemplaren, zijn er ook de nodige in wit uitgevoerd. Opvallend daarbij is dat de tint wit vaak verschilt, waarbij de verschillende onderdelen van een enkele telefoon onderling nogal van tint kunnen verschillen. Bij veel mensen is daardoor het misverstand ontstaan dat er 2 verschillende soorten zijn, namelijk wit en ivoor. De PTT heeft echter nooit Ericsson type 1951 in de kleur ivoor aangeboden en op de onderzijde wordt de typeaanduiding gevolgd door /W, met de W van wit dus. <FOTO”S>

Daarnaast heb ik wel eens een rode en een donkergroene gezien, maar dit waren echt unieke exemplaren. Deze zijn niet op reguliere basis door de PTT aan het grote publiek aangeboden.

Voor particuliere installaties

De exemplaren die gemaakt zijn voor publieke installaties hebben niet het PTT-logo onder de hoorn, maar een cirkel met daarin het logo van Ericsson Holland. Deze exemplaren hebben vaak het oude model hoorn, soms ontbreekt het nummervakje aan de voorkant en soms hebben ze een plastic kiesschijf in plaats van een exemplaar van bakeliet.

BB, Bescherming Bevolking

De BB had een LB versie van het type 1951 in gebruik, met een batterijenkastje aan de achterzijde en een wekgenerator op de plek van de kiesschijf.

NS

Ook de Nederlandse Spoorwegen hadden Ericsson type 1951 telefoons in gebruik. Zij hebben een NS-logo onder de hoorn, in 2 varianten. De ene is met een gevleugeld treinwiel met de tekst Nederlandsch Spoorwegen en de andere een eenvoudige cirkel met de letters NS. Exemplaren hiervan zijn zeldzaam en zeer gezocht door treinfanaten.

22 Reacties

  1. Hallo, ik heb een ericsson hoorn met een langwerpige druktoets aan de binnenkant. Waar is die voor? Mute misschien? Is dat bijzonder of juist heel gangbaar? Het toestel is uit 1956. Groetjes, Mike

    • Hallo Mike, het is waarschijnlijk een PTT-toets (push to talk). Deze knoppen schakelen de microfoon in, wanneer ze ingedrukt worden, zoals bij een walkie talkie.
      Je vindt ze op LB-telefoon (lokaal batterij) waarbij de telefoon een batterij heeft om de microfoon van stroom te voorzien, ipv dat de stroom wordt geleverd door de telefooncentrale (CB, centraal batterij).
      De knop zorgde ervoor dat er alleen stroom verbruikt werd, wanneer er gesproken wordt en bespaarde daarmee op het stroomverbruik van de batterijen.
      Je vond ze op van die militaire telefoon, met zo’n zwengel (generator), maar ook op bijvoorbeeld testtelefoons.
      Groeten, Arwin

    • Hallo Roxy, bedankt voor je bericht. De Ericsson 1951 is eigenlijk, aan de buitenkant, een gemoderniseerde model 1931. Alleen de scherpe randen zijn iets afgerond en de hoorn heeft een ietsje andere vorm.

      Het model 1931 is ontworpen door de Deense kunstenaar Jean Heiberg.

      Wie de modernisering heeft gedaan is mij onbekend. Soms wordt de Nederlandse ontwerper Gerrit Kiljan genoemd, maar dat is pertinent onjuist. Die zou dit nooit zo doen.

      Groeten,

      Arwin

      • Hallo Arwin, Gerrit Kiljan heeft voor Heemaf het bakelieten telefoontoestel ontworpen, de hoorngreep is i.p.v. driehoekig nu vierkant en het toestel werd al gouw het strijkijzer genoemd omdat het daar op leek.
        Groetjes
        Petet

        • Hallo Peter,

          Bedankt voor je reactie en aanvulling. Het artikel over de Heemaf telefoon zal in de toekomst worden uitgebreid. Het toestel kent vele bijnamen en deze zal ik zeker in het lijstje opnemen.

          Groeten,

          Arwin

  2. I have two of these, both in white, one of them a desk model and the other a wall model. I’ve converted them to the British PSTN system, and the desk one is the most magnificent thing to use – the sound quality is outstanding, and the bells ring very clearly. Lovely.

  3. Beste Arwin,

    In de afgelopen maand heb ik mijn Ericsson 1951 (met behulp van deze website) gerestaureerd. Hij ziet er weer fraai uit en werkt bijna perfect. Ik zeg bewust bijna, want zodra ik er mee bel of gebeld wordt, zegt degene die ik aan de lijn heb, dat ik erg slecht verstaanbaar ben.
    Is er een mogelijkheid om mijn (microfoon)volume naar buiten toe te versterken zonder daarvoor in de hoorn te hoeven schreeuwen?
    Ik hoor graag van je.

    Met vriendelijke groet,
    Pedro

    • Hallo Pedro,
      Wat vreselijk leuk om te horen dat dit artikel zo behulpzaam was.
      Dat het microfoontje zacht is, is een veel voorkomend euvel. Ze worden vaak zacht als ze oud worden.
      Vervangen door een goedwerkende is het makkelijkst. EVT heb ik er eentje voor je. Ik stuur je een mail.
      Groeten,
      Arwin

      • Hi Arwin,

        De microfoon is binnen en werkt perfect.
        Bedankt voor de snelle actie 🙂

        Met vriendelijke groet,
        Pedro

  4. Hello Arwin,
    I’m writing to you from Germany and my dutch is not the best (can read simple text though), so I will try in english. Thank you for your helpful website and your informations concerning Ericsson bakelite telephones. In this article you mention a DBH 15 variant. I just purchased a swedish DBH 15X22 from a german ebay seller. It has a bakelite dial starting with 0…9 (typical swedish) and a sticker inside reading “Förradsverkstaden Norrköping”. It is marked 34 51 – LM Ericsson – TV (for swedish Televerket). I can’t find any more information about this special type, maybe you have some? The phone works and looks original except for an additional 0.5 uF capacitor soldered across the original one. Some parts are dated 64, maybe it was refurbished or repaired then.
    Best regards from duitsland, Dietrich

    • Hi Dietrich, thank you for your message and compliments. Congratulations on your purchase.
      I’m afraid there is not much info about this model. I have searched for more for several times. I do not have any real additional info.
      Even the site of Ericsson History does not have much about it. It has a section with called sources, which contains catalogues and magazines, but the ones from 1947, when the DBH15 was introduced, are missing.
      I do not have one myself, yet. That is the main reason why I do not have an article on it.
      If I understand you correctly, I would say 34 51 means it was made in week 34 of 1951 and the other dates indicate it was refurbished in 1964 or later.I would think that 1964 is quite late as a production date, as its successor the dialog was introduced in that same year.
      If you like I have a finger wheel for you with the normal number distribution (1 2 3 4 5 6 7 8 9 0).
      Best regards,
      Arwin

  5. Hi Arwin,
    guess what, I had a nice surprise in my mailbox yesterday! With your finger wheel, dialling will be much more comfortable. It matches the phone perfectly.
    On the site STSF.org there are numberless diagrams for Ericsson phones but not for this one. It has a network resistance of 1200 Ohms, not the usual 600 Ohms. I’m not sure if this is the reason for it’s very good voice quality on my VOIP router. It also works perfectly with a transistor microphone I built for it (the original capsule was dead). I asked the seller about the history. He bought it on a surplus sale from the volunteer fire department of Norrköping in Sweden and never used it. As it has the “Förradsverkstaden Norrköping” sticker inside, I figure that it was once refurbished and stored there as reserve material.
    Once again, thanks for your help which is very much appreciated!

    • Hi Dietrich, you are welcome.

      Perhaps it was adapted for a specific purpose and no longer a standard factory Ericsson phone and that is why it is not on the STSF list.
      I am just guessing of course. The STSF list is wonderful and big, but not complete.
      Regards,
      Arwin

  6. Ik heb een kabel RJ11 met 2 stekkers en wil er eentje afknippen en dan de die aan de ericsson van 1961 verbiden. Kan dat ? en op welke aansluitingen krijg ik het werkend? De kabel heeft alleen rood en groen. De telefoon 4 kleuren.

    • Hallo Ronald, bedankt voor je je bericht. Ja dat kan. Verbinden met rood/blauw in het toestel. Dat komt meestal overeen met terminal 10 en 11, maar soms 9 en 10. Kijk aan de achterzijde van de terminal strip welke van 9 10 en 11 rood en blauw zijn. Ook nog even een verbinding maken tussen blauw en geel (geel is meestal 9, maar soms 11). Anders rinkelt de bel niet.
      Groeten,
      Arwin

  7. Ik ben in het bezit van een Ericson wandtoestel met aardtoets Type 1951.
    (schema 31346-1)
    Het toestel heeft zo’n dik 40 jaar in een Amsterdams Hoogspanningsstation gehangen.
    Nu komt mijn vraag: Ik zou graag een schakeling willen bouwen zodat ik het toestel kan laten rinkelen zoals het origineel geklonken zou moeten hebben. Wie kan mij helpen.

    • Hoi Hans, wat wil je precies? Je kunt hem toch gewoon op een telefoonlijn aansluiten?
      Of ben je op zoek naar iets dat naar behoefte een belsignaal genereert?
      Leuk vondst trouwen, een toestel uit een hoogspanningsstation. Is dat er ook nog aan te zien? Sticker erop oid? Nr kaartje in het raampje?

      Groeten,
      Arwin

  8. Goedemiddag Arwin, ik wil inderdaad een zelfstandig belsignaal genereren, weer een leuk hobbyprojectje.
    Van telecomtechniek heb ik onvoldoende kennis om iets te bedenken maar ben wel bekend met hoogspanningsinstallaties en bijbehorende secundaire apparatuur. Nee, er zijn geen specifieke stickers of iets dergelijks. Inwendig vond ik wel het originele aansluitschema. Misschien kun je mij op weg helpen. THNX

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*